Makelaarsprofielen, woningaanbod en lokale zichtbaarheid op Koopwoning.eu Gratis waardebepaling aanvragen

Artikel

Moeten alle radiatoren openstaan in de winter?

Kort antwoord: nee, niet alle radiatoren hoeven de hele winter volledig open te staan. Wel moeten de radiatoren in de ruimte met de kamerthermostaat doorgaans voldoende open blijven. Bij een warmtepomp of lagetemperatuurverwarming kan extra doorstroming nodig zijn. De juiste instelling hangt dus af van je verwarmingssysteem.

Radiatoren bij de kamerthermostaat

De kamerthermostaat meet de temperatuur in één referentieruimte, meestal de woonkamer. Zolang die ruimte niet warm genoeg is, vraagt de thermostaat warmte van de cv-ketel. Staan de radiatoren daar dicht, dan kan de installatie blijven verwarmen zonder dat de gemeten temperatuur snel stijgt. Dat geeft onnodig verbruik, stromingsgeluid of storingsgedrag.

Milieu Centraal adviseert bij een gewone kamerthermostaat om de radiatoren in de woonkamer volledig open te laten. In andere kamers kun je met gewone of thermostatische radiatorkranen de gewenste temperatuur regelen. Lees de toelichting over thermostaten en radiatorkranen.

Moet je ongebruikte kamers verwarmen?

Je hoeft een ongebruikte kamer niet op dezelfde temperatuur te houden als de woonkamer. Zet de radiator lager en houd de deur gesloten. Voorkom wel langdurig zeer koude en vochtige ruimtes. Ventilatie blijft nodig, vooral bij slaapkamers, badkamers en ruimtes met koude buitenmuren.

Verschil tussen cv-ketel en warmtepomp

Cv-ketel met radiatoren

Verwarm vooral de ruimtes die je gebruikt. Zorg dat de ketel zijn warmte kwijt kan en sluit niet iedere radiator tegelijk. Een automatische bypass of altijd open radiator kan onderdeel van het ontwerp zijn.

Warmtepomp of lagetemperatuurverwarming

Deze systemen werken meestal het efficiëntst met een gelijkmatige, lage temperatuur en voldoende waterdoorstroming. Veel groepen dichtzetten of de thermostaat sterk laten schommelen kan het rendement en comfort verslechteren. Volg de instellingen van de installateur en de handleiding van het systeem.

Zo stel je de verwarming praktisch in

  1. Laat radiatoren in de referentieruimte met de kamerthermostaat open.
  2. Stel andere kamers lager in als je ze niet gebruikt.
  3. Houd binnendeuren dicht tussen warme en koelere ruimtes.
  4. Ontlucht radiatoren als ze bovenin koud blijven of borrelen.
  5. Laat de installatie waterzijdig inregelen als kamers ongelijk warm worden.
  6. Laat pomp, waterdruk en bypass controleren bij storingen of sterk stromingsgeluid.

Wanneer een installateur inschakelen?

Vraag hulp als de ketel vaak in storing valt, radiatoren niet warm worden, leidingen hard ruisen of de woning de ingestelde temperatuur niet haalt. Een installateur kan beoordelen hoeveel doorstroming nodig is en of thermostaat, pomp, bypass en radiatorkranen goed samenwerken.